Voor de ontwerpers die echt niet willen nichen
Ik adviseer ontwerpers om te kiezen. Om te nichen, om niet alles voor iedereen te willen zijn. En toch ontwerp ik zelf nog steeds. Klinkt tegenstrijdig, maar dat is het niet. In deze blog leg ik uit waarom.
Voor als je liever luistert, dan leest 😉
Toen ik De Ontwerpclub opbouwde, had ik een keuze te maken. Volledig stoppen met ontwerpen, of het een plek geven in mijn bedrijf op mijn eigen voorwaarden.
Ik koos voor het tweede, heel bewust en tegen mijn eigen advies in.
Niet omdat ik niet kon loslaten, maar omdat ik merkte dat ontwerpen een ander deel van mijn brein activeert dan coachen. Het houdt me scherp, het geeft me energie op een andere manier.
Maar hoe dan?
Maar ik heb het wel ingericht zoals ik mijn coachees adviseer. Tachtig procent van mijn focus gaat naar coachen. De resterende twintig procent gaat naar één ontwerptraject. Zo houd ik feeling met het vak én met de markt. Ok zie wat er speelt, wat klanten vragen, hoe het werkveld beweegt. En dat maakt me voor jou een betere coach.
Maar waarom vertel ik je dit?
Omdat ik zie dat veel ontwerpers worstelen met precies deze vraag. Ze willen groeien, maar ze willen ook niet volledig loslaten wat ze hebben opgebouwd. En dan ontstaat er een soort halverwege-situatie; te veel verschillende dingen, te weinig focus, en het gevoel dat ze nooit écht ergens in uitblinken.
Het antwoord is niet: stop met alles wat je leuk vindt. Het antwoord is: richt het in op jouw voorwaarden. Zoals ik heb gedaan.
Dat betekent concreet: kies één hoofdrichting waar tachtig procent van je energie naartoe gaat. Als je daarnaast nog iets anders wil doen (fotograferen,illustreren, lesgeven) prima. Maar geef het een duidelijke plek, een duidelijke grens, en zorg dat het je hoofddoel versterkt in plaats van saboteert.
